In het kort.

Natuurbelang is in het algemeen vóór ecoducten omdat die een belangrijke schakel zijn in de ecologische hoofdstructuur. (EHS). We vinden echter wel dat je per geval het nut en noodzaak van een ecoduct moet bekijken.

 

99,9 procent van de soorten hebben geen belang bij het ecoduct.

 

Het altijd krap bij kas zittende Natuurmonumenten is gaarne bereid mee te werken aan de bouw van een tien miljoen euro kostend landschaps-verstorend bouwwerk dat ecologisch gezien niet eens 'strikt noodzakelijk' blijkt te zijn, althans volgens Dhr. Timmer van Natuurmonumenten zelf

 

Eenvoudig gesteld; het ecoduct over de Zandvoortselaan doet meer kwaad dan goed.

 

Het Alterra-rapport waarop het ecoduct gefundeerd is zit vol met uitspraken tegen het ecoduct. Onbegrijpelijk dat de politiek op basis van dit rapport 10 miljoen uitgeeft.

 

De startnotitie, geschreven door de Provincie en Natuurmonumenten is veel positiever over het nut van het ecoduct dan het Alterra-rapport die de basis vormde voor de startnotie.

 

 

De Heilige Graal

Een recroduct over de Zandvoortselaan is slecht voor de natuur

Ontsnippering voor planten

Ontsnippering voor hoefdieren

Ontsnippering voor middelgrote zoogdieren

Ontsnippering voor kleine zoogdieren

Ontsnippering voor amfibiën en reptielen

9990 soorten tekenen tegen een recroduct.

Proactief handelen in de achteruitversnelling

Natuurmonumenten gaat in beton

Wegen de voordelen voor tien soorten op tegen de vele nadelen

Zeeweg, de spoorlijn en Koningshof

Herintroductie is één van de vele vormen van beheer!

Literatuur

 

 

Een recroduct over de Zandvoortselaan is slecht voor de natuur

De ''Startnotitie Realisatie Natuurbrug over de Zandvoortselaan'' is geschreven in opdracht van de Stuurgroep Natuurbrug Zandvoortselaan en verscheen op 3 september 2009. Initiatiefnemers zijn het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, PWN Noord-Holland, Waternet, Gemeente Zandvoort en Vereniging Natuurmonumenten.

 

In het voorwoord wordt de hoop uitgesproken ''dat via deze startnotitie de Natuurbrug aan de Zandvoortselaan gerealiseerd kan worden". Juist dit laatste is de vraag. Enkel en alleen op grond van de argumenten die in deze notitie bijeen zijn geraapt kan je niet zeggen dat de Natuurbrug dichterbijkomt.

 

De bouw van ecoducten is sedert lang rijksbeleid. Het past in de opzet van de ecologische hoofdstructuur. Het is de bedoeling om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Niets dan lof dan ook voor de provincie die trouwhartig uitvoering aan het rijksbeleid wil geven.

 

De Startnotitie leunt sterk op het Alterra-rapport "Ontsnippering Zuid-Kennemerland" uit 2005. De Startnotitie stelt dat: "De uitkomsten van het Alterra-rapport waren voldoende aanleiding voor de Stuurgroep om te besluiten dat er een verbinding tussen de gebieden moet komen''. De vraag is hierna of dat al decennia bestaande rijksbeleid door de Stuurgroep werd ontdekt naar aanleiding van een relatief kort verschenen rapport, uit 2005. Hetgeen anders rijkelijk laat zou zijn. En als dat Wageningense Alterra-rapport werkelijk van doorslaggevend belang is geweest, waarom is de Startnotitie dan zo'n slap aftreksel geworden? Waarom staan er dingen in die bijna tegengesteld zijn aan wat de wetenschappelijk geschoolde adviseurs uit Wageningen ons te vertellen hebben? [ terug naar boven ]

 


Ontsnippering voor planten

Het Alterra-rapport stelt dat de ontsnipperende maatregelen bij de Zandvoortselaan, en die bij de spoorlijn Haarlem-Zandvoort en die bij de Zeeweg 'naar verwachting alleen maar positieve effecten' zal kennen. Positieve effecten heeft een natuurbrug inderdaad altijd wel. Echter, waarom verzwijgt het Alterra-rapport alle nadelen van de onderhavige bruggen?

 

De Startnotitie stelt: "Deze scheiding vormt een barriére voor natuur en mens. Een natuurbrug die deze twee gebieden verbindt kan een belangrijke bijdrage leveren in het aanbrengen van ecologische samenhang.''

Die 'belangrijke bijdrage' bestaat in feite niet. Daarnaast vergeet de Startnotitie een inventaris te geven van de te verwachte schade aan natuur en landschap die door de brug wordt teweeggebracht.

 

Een ecoduct is niet nodig voor de plantensoorten die zich door de wind laten verspreiden. Zaden kleven aan de voetzolen van de wandelaars, zaden worden verspreid door vogels. De sporen van de 1400 soorten paddestoelen kiezen vrijelijk het luchtruim. De sporen van de vierhonderd of meer gevonden (korst)mossen doen dat ook. Al deze soortgroepen hebben helemaal niets aan een ecoduct.

 

Het Alterra-rapport stelt op pagina 34 dat de vegetatie in het NPZK en de AWD ''in grote lijnen hetzelfde zijn''. En gaat het verder, er zijn ''geen vegetatietypen die alleen in een van beide gebieden voorkomen, wel enkele soorten.'' En: "De vegetatietypen en de flora verschillen niet tussen beide deelgebieden.''

 

De Wageningse notities geven dus aan dat er geen effecten als gevolg van versnippering op vegetatietypen en flora zijn geconstateerd. De noodzaak voor een natuurbrug komt daarmee op losse schroeven te staan.

Ze staan ook in schrille tegenstelling tot de Zandvoortse Startnotities van de Stuurgroep. Deze luiden: "Door de versnippering is de biodiversiteit sterk teruggelopen. Plantensoorten zijn verdwenen en de habitat voor zoogdieren is dusdanig verkleind dat de overlevingskansen voor bepaalde diersoorten soms gering zijn. Een natuurbrug (het project) zorgt voor het verbinden en daarmee het herstel van die ecologische samenhang."
Dat geldt om te beginnen niet voor de plantenwereld. De zaken worden gewoon omgedraaid, wat ook uit de volgende zin blijkt: ''Ecologisch gezien levert deze verbinding veel kansen voor de ontwikkeling van variatie en diversiteit van flora en fauna in dit gebied.'' . 'Veel kansen', dat is nergens op gebaseerd.

 

De versnippering kwam in de loop van de tijd tot stand door de aanleg van de Zandvoortselaan én de anderhalf kilometer 'harde'' bebouwing van Zandvoort. Volgens het Alterra-rapport is de biodiversiteit echter niét tengevolge van dit soort versnippering ''sterk teruggelopen''. Dat de natuurbrug ervoor zal zorgen dat er een "herstel is van die ecologische samenhang", het is een beetje onzinnig om dat te verkondigen in een Startnotitie. Een schone taak is weggelegd voor dat provinciale statenlid dat de misleidende stelligheid waarmee de Startnotitie te werk is gegaan aan de kaak stelt.


De achteruitgang in de duinen is veroorzaakt door verzuring, vermesting, verdroging, het wegvallen van de begrazing door het konijn, de verdwenen huiskoeien en de geiten van de oude duinboertjes, het vastleggen van het stuivende buitenduin, de daling van de grondwaterspiegel tengevolge van de drinkwaterontrekking, enz. Maar de genoemde huis- en wegversnippering speelt een ondergeschikte rol.

 

Bijna alle soorten komen voor zowel in het NPZK als de AWD. Bij een op de rand van uitsterven verkerende populatie zou je door aanplanten of uitzaaien populaties kunnen versterken, met het overzetten van individuen. Genetische verarming dient men bij het natuurbeheer te alle tijden te voorkomen, desnoods langs kunstmatig weg. Verder is het instandhouden van een juist vestigingsmilieu natuurlijk van belang. Door het Noordzeekanaal, de steden, de cultuurlanden, de bollenvelden, ook de Noordzee, liggen de kustduinen geïsoleerd. Toch zijn de oppervlakten aan afzonderlijk habitats in de AWD en het NPZK reëel of potentieel van voldoende omvang om zelfstandige en duurzaam voortlevende populaties te herbergen, te meer geldt dit twee gebiedsdelen dekkende (meta)populaties.

 

Zeldzame populaties kunnen ook voorkomen in slechts één van de beheersgebieden AWD of NPZK. Dan zou actieve verspreiding uitkomst bieden, indien de vector lucht verstek laat gaan. Het zal gaan om enkele plantensoorten, ook om enige paddestoelen wellicht, maar die zijn voor natuurlijke verspreiding op de lucht aangewezen. Maar het kan ook zijn dat een milieutype in het ene beheersgebied te vér verwijderd is van datzelfde in het andere beheersgebied, waardoor spontane verspreiding, en dus vestiging, onmogelijk is door spontane verspreiding bij gebrek aan een ecoduct. [ terug naar boven]

 

 

Ontsnippering voor hoefdieren

Het Alterra-rapport stelt vast:
"Ontsnipperende maatregelen voor hoefdieren zijn niet van doorslaggevend belang voor de overleving van hertachtigen in de duingebieden: ook zonder faunapassages kan verwacht worden dat de reëen en damherten levensvatbare populaties vormen. Echter, sommige terreindelen zullen minder optimaal benut worden dan andere. Tevens kan ontsnippering op de lange termijn voorkomen dat populaties genetisch geïsoleerd raken.'' (p. 61)

 

Om een misverstand te vermijden, men doelt hier op een situatie waarin de herten nog goed in staat zijn om de verkeerswegen over te steken, door gebrek aan deugdelijk rasterwerk. Is de barriérewerking echter perfect en is er bovendien geen ecoduct, dan is een toekomstige, periodiek terugkerende beheersmaatregel noodzakelijk om de genetische isolatie op-lange-termijn op te heffen. Een aantal dieren zal van tijd tot tijd gevangen en overgezet worden. Bij een Damhertenpopulatie in de AWD van circa 1800 dieren lijkt dit zeer periodieke noodzaak. Een kleine populatie van Damherten in het NPZK behoeft wellicht eerder een periodiek genetische verversing, totdat ook hier een voldoende aantal dieren voor de genetische variatie zorg draagt. Voor een minimaal levensvatbare populatie Damherten en Reeën zijn overigens naar verwachting circa 120 individuen nodig (Van der Grift et al. 2003)

 

Over de invloed van hoefdieren op het bosecosysteem. Bosecologen gaan uit van een aantal van twee stuks grofwild per honderd hectare, wil het bos zich blijvend kunnen verjongen. Dat is het maximum, daarboven zal het (binnenduin)bos op de lange duur door veroudering afsterven. Het opgroeien van jonge boompjes wordt door een overmatige hertenvraat in de kiem gesmoord. Uitgaande van een hypothetisch gelijke dichtheid van Damherten over de hele 3400 hectare metende AWD (open duinlandschap, duinstruweel, bos), zal er plaats zijn voor 3400:100 keer 2 = 64 Damherten, -indien althans het natuurbeheer gehouden is tot voortbestaan van het binnenduinbos, zoals de instandhoudingsverplichting in het kader van Natura 2000 wél vereist. Dit aantal is de helft van de omvang van een minimaal levensvatbare populatie van 120 individuen. Het aantal Damherten is momenteel een factor 28 hoger. [ terug naar boven ]

 

 


Ontsnippering voor middelgrote zoogdieren

De Stuurgroep Realisatie Natuurbrug is louter optimistisch gestemd over de ecologische winsten van een Natuurbrug. Maar aantonen dat een fors deel van de natuur zonder Natuurbrug kan is kinderwerk. Dit geldt met name ten aanzien van het Koninkrijk der Planten en het Koninkrijk der Schimmels.

 

Onze gedachten gaan thans uit naar de zo overheerlijk aaibare levende have der Middelgrote Zoogdieren, die van Egel, Vos, Hermelijn, Wezel, Bunzing, Boommarter, Eekhoorn, Haas en Konijn. Het zijn soorten die vrij algemeen tot zeer algemeen zijn, behalve de zelden waargenomen Boommarter. Die komt voor in de binnenduinbossen en hij zal zich door de bostuinen in Aerdenhout en Bentveld verplaatsen. Vaak komen dieren om in het verkeer, wat meteen een gevoelige slag oplevert voor een kleine populatie. Dit malheur kan niet voorkomen worden door een ecoduct. We raken hier aan de essentiële flessehals-problematiek, waarover het Alterra-rapport het volgende zegt:

 

"Bedacht moet worden dat zelfs bij aanleg van faunapassages over de verkeerswegen en spoorlijn er voor de meeste soorten geen sprake is van vrij en ongehinderd bewegen. Immers, de barriérewerking van de infrastructuur is slechts op één (of enkele) plekken weggenomen. Dit is per definitie een belemmering ('flessenhals'). Het gestelde doel van ongehinderde uitwisseling tussen gebieden is dus slechts beperkt haalbaar, behalve wanneer de infrastructuur geheel verwijderd wordt.'' (p.38)

 

Deze fundamentele stellingname wordt in de Startnotitie domweg omgebogen naar: "Deze scheiding vormt een barriére voor natuur en mens. Een natuurbrug die deze twee gebieden verbindt kan een belangrijke bijdrage leveren in het aanbrengen van ecologische samenhang.'' (p. 4):

 

De kwalificatie ''belangrijke bijdrage'' is een vorm van misleiding. In feite betreft die belangrijke bijdrage een flessenhalsconstructie.

 

In zijn conclusie achterin het rapport verdedigt Alterra alsnog het grote nut van ontsnippering. Hoe nu? Hier echter heeft Alterra het waarschijnlijk over die álgehele ontsnippering, niet over die van een enkele faunabrug. Alterra wijst op de noodzaak van ontsnippering voor de middelgrote zoogdieren, door wel te kiezen voor die éne faunabrug, maar dat is om de effecten van faunasterfte door de aanrijdingen terug te dringen. Ook wijst men, heel diervriendelijk, op de vele kilometers laan die niet ontsnipperd kunnen worden, waar de dieren niet zo verstandig zijn elkaar te attenderen op een oversteekplaats daar verderop, doch dat nalaten, pardoes de weg oversteken en omkomen. [terug naar boven ]

 

 


Ontsnippering voor kleine zoogdieren

Gewone bosspitsmuis, Dwergspitsmuis, Rosse woelmuis, Aardmuis, Veldmuis, Dwergmuis en Bosmuis komen zowel voor in het NPZK als in de AWD. Deze diertjes zijn gevoelig voor de barriérewerking van een weg en blijven weg van de bermen indien deze niet bestaan uit hun specifieke milieu. Hierdoor zijn de wegbarriéres weer groter dan de weg alleen. De natuurbrug is van groot belang voor de migratie van deze soorten. Weinigen van die soorten zullen immers gebruik maken van de (nog eventueel te bouwen) vrij lange tunnels op verschillende oversteekpunten. Die zouden wellicht anders voor een deel van de soorten als 'brede ontsnippering' dienst kunnen doen. Daarmee wordt de meer oorspronkelijke, natuurlijke migratiestromen van een intact duinlandschap nagebootst. Maar zonder natuurbrug zullen dus altijd enkele soorten periodiek ge(her)introduceerd moeten worden, als tenminste de soort aan deze of gene zijde van de Zandvoortselaan uitsterft.

 

Alterra beveelt onderzoek aan naar het vaststellen van migratieroutes van dieren. Deze zijn bepalend voor de locatiekeuze voor mogelijke faunapassages; elke soort stelt daarbij specifieke eisen aan de locatie en soort van faunapassage. Ter overbrugging van een verkeersweg of spoorlijn kan je niet volstaan met de faunapassage op één locatie. Op dat punt blijft de voorgestelde Natuurbrug een lapmiddel. De menselijke doorsnijding van het duingebied strekt zich uit over afstanden van honderden meters tot kilometers. Een faunapassage in het westelijk deel van het duingebied zal geen functie hebben voor mobiele soorten in het oostelijk deel van het gebied. Faunapassages dienen dan ook rekening te houden met de dispersiecapaciteiten van de doelsoorten. Alterra beveelt de aanleg van tunnels aan. [ terug naar boven ]


Ontsnippering voor amfibiën en reptielen

In Nederland zijn ten behoeve van amfibieën al vele wegen ondertunneld. Die ontsieren het landschap niet, en ze zijn relatief spotgoedkoop. De Startnotitie merkt in een algemene bespreking over natuurbruggen op dat er elders ''ook tunnels voor dassen, reptielen en ander kleiner wild'' zijn gerealiseerd. Na deze opmerking werkt de Stuurgroep in de Startnotitie de mogelijkheid van tunnels onder de Zandvoortselaan niet uit, evenmin wordt aandacht geschonken aan het belang van het oversteken op meerdere plaatsen. Waarom niet? Het waarom-niet blijft eveneens onvermeld.

 

Wie vervolgens kennis neemt van de ''zeven redenen waarom de natuurbrug nu gerealiseerd moet worden'' (blz. 9) schiet spontaan in de schaterlach. Om de puur provinciale zelfoverschatting: "Bovendien is het een herstel van de situatie van lang geleden waarbij de Noord-Hollandse duinen één aaneengesloten gebied vormden.'' Herstel van de oorspronkelijke situatie! Alsof het bouwen van de Natuurbrug eerst nog even vooraf zal worden gegaan door de sloop van heel Zandvoort.

 

De Startnotitie laat de nadelen die kleven aan de wel 50 meter brede Natuurbrug onopgemerkt passeren. De Zandvoorters en hun badgasten rijden straks mogelijk onder een viaduct van overbodig beton door. Het zijn weggesmeten miljoenen, voor een donkere natuurvernietigende tunnel zonder veel ecologische waarde.

 

Alterra: "Het voorkomen van (massale) faunasterfte tijdens de voorjaarstrek is voor amfibieën het belangrijkste argument om bij de Zeeweg ontsnipperende maatregelen te treffen.'' Die Zeeweg telt vele rijstroken met even zovele autobanden. Voor de Zandvoortselaan wordt hetzelfde argument aangevoerd, maar gegevens over faunasterfte ontbreken hier. En dan nog. Voor dieren voor welke meerdere bruggen een uitkomst zouden wezen biedt één enkele brug amper soelaas, zoals de padden.

 

De doelsoort Rugstreeppad heeft naar verwachting minder last van infrastructurele barriéres dan de overige amfibieën in het duingebied, zegt het Alterra-rapport.
De Hazelworm zou nog niet in de buurt van de Zandvoortselaan gesignaleerd zijn. Wat overigens geen reden is om geen herstelpopulaties na te streven. Dat moet plaatsvinden volgens het natuurbeleidsplan alsmede de eis tot een 'gunstige staat van instandhouding', Natura 2000. Als dat gebeurt heeft een Natuurbrug nut voor de soort. Die weet zich rond de brug steeds te verspreiden, al is het dan op één plekje op een zeven kilometer voorgoed verbroken verbinding. Ze kunnen elders, als alternatief, overgezet worden. Hetzelfde geldt voor de Zandhagedis. Deze vormt levensvatbare populaties in beide gebieden, een verbinding acht Alterra "niet direct noodzakelijk''. Verlies aan genetische variatie kan worden voorkomen door af en toe dieren over te brengen.

[ terug naar boven ]

 

 


9990 soorten tekenen tegen een recroduct.

Zien we af van echte micromyceten, zoals branden, roesten, meeldauwschimmels en andere lagere schimmels, voorts ook van enige lastig te determineren macrofungi, dan telt de artikelenbundel Van zeereep tot Binnenduin 1110 taxa paddestoelen. Het werkelijke aantal van macrofungi in de AWD zou veel hoger ingeschat moeten worden, dat ligt ruim boven de 1500. In Nederland zijn zo'n 3500 taxa van macromyceten bekend. In de AWD komen dus minimaal 42 procent van de hogere schimmels voor. Tot zover het schimmelrijk.

 

Over naar het plantenrijk. Er komen hier minimaal 400 (korst)mossen voor (N. Buiten, mond. med.). In Nederland zijn er ooit 1100 waargenomen, dus in de AWD: 36 procent. In de periode 1986-1996 werden in totaal 662 soorten vaatplanten in de AWD aangetroffen, hiervan waren er 601 inheems en die vertegenwoordigen 41 procent van de Nederlandse flora. (De AWD zijn in planten 3,1 maal zo soortenrijk als een gemiddeld Nederlands natuurgebied.)

 

Een kijkje in het dierenrijk. Tot 2000 werden in de AWD totaal 33 soorten libellen waargenomen, wat 55 procent van de soorten is die zich in Nederland langer dan vijf achtereen hebben voortgeplant. Bijna dertig jaar inventariseren van nachtvlinders heeft aan het licht gebracht dat de AWD 832 soorten nachtvlinders herbergen. Nederland telt wel meer dan tweeduizend soorten. Ronden we dit getal eens naar boven af, 2200 soorten, dan vertegenwoordigen deze 832 AWD-nachtvlinders nog altijd een respectabele 38 procent.

 

Dit is echter een selectieve doorsnede van de biologische rijkdommen van de AWD, namelijk over cijfers die beschikbaar zijn. Nederland telt ongeveer 42 duizend soorten en daarvan hebben we hierboven slechts 3027 onder de loep genomen. Dat is minder dan tien procent steekproef, maar wel gehouden onder enkele belangrijke soortgroepen. Houden we het gemiddelde van de boven berekende percentages aan als het algehele gemiddelde percentage, dan telt de AWD 42+36+41+55+38=212:5=42,4 procent van al de soorten die in Nederland zijn waargenomen. Dit is natuurlijk een extrapolatie, ook voor de soortengroepen die we hierboven niet in de beschouwing hebben betrokken. Als we nu eens, om aan de conservatieve kant te blijven, uitgaan van 'slechts' 10.000 soorten in de AWD? Deze tienduizend maken 23,8 procent uit van de 42.000 die in heel Nederland voorkomen. En 23,8 is maar iets meer dan de helft van het berekende 'reële' gemiddelde van 42,4 procent. Neen, nog conservatiever willen we echt niet worden. We moeten er toch niet aan denken dat er in de AWD 42,4 procent van de Nederlandse soorten voorkomen, dat zijn er 17.808 (zeker 3,4 hectare Amazone-regenwoud). Bescheiden ronden we af naar 10.000, toevallig een makkelijk rond getal om mee verder te rekenen.

 

Hoeveel soorten hebben belang bij de door de Stuurgroep opgehemelde Natuurbrug? Laten we zeggen, tien soorten? Dat is op 10.000 soorten exact één promille! Ofwel 99,9 procent van de soorten hebben geen belang. En dit getal is niet louter symbolisch. Niet als een beetje overdrijven in de marge van de werkelijkheid. Nee, het dient op de meest letterlijke manier te worden verstaan.

 

De bestuurders die aan de Startnotitie Realisatie Natuurbrug over de Zandvoortselaan schreven zagen dit essentiële cijfer, één promille, in hun onverwoestbare optimisme over het hoofd. Wat is toch de achtergrond van die vrolijke zwijgzaamheid. Zouden schrijvers acht in plaats van de ''zeven redenen waarom de Natuurbrug nu gerealiseerd moet worden'' hebben opgesomd, en dit allerschameligste promillage van één als achtste hebben genoemd, dan zou deze ene reden in z'n eentje alle overige zeven onderuit halen.

Of de Startnotitie een Natuurbrug dichter bij het Nederlandse volk brengt, zoals het voorwoord wil? Dat zal de geschiedenis leren. Maar de argumentatie is dun en bedoeld om zuiver optimisme uit te stralen.

[ terug naar boven]

 

 

Proactief handelen in de achteruitversnelling

Waternet stelt in zijn wetenswaardige natuurmagazine Struinen dat het 'proactief' zal handelen met het oog op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Waternet heeft twee jaar geleden een tweëenhalf meter hoog ijzeren raster geplaatst in het Zuid-Hollandse deel van de AWD. Dat fijnmazig raster steekt tot op circa vijftig centimeter in de bodem. Beneden het maaiveld is er dientengevolge voor holen gravende dieren geen doorkomen aan, slechts de muizen komen door de mazen van het vangnet. Wellicht is dit gedaan om de Vos te beletten nog langer rond te schuimen in de kippehokken van de bollekwekers. Dit is effectief anti-vossenbeleid, daar op de grens naar het oostelijk van de AWD gelegen puur menselijk met giften doortrokken bollenland. Te kaal en te onleefbaar voor onze Reindert. Daar kan een diep in de grond gewerkt raster geen kwaad.

 

Hopelijk komt eenzelfde bodemdoorsnijdend raster niet langs de Zandvoortselaan. Althans niet ten oosten van AWD-ingang Zandvoortselaan tot aan de Bodaanstichting. Beide zijden van de Zandvoortselaan worden over een bepaald stuk begrensd door Beschermd Natuurmonument. Een dergelijk ondoorkomelijk raster is nadelig voor dieren die de weg willen oversteken. Wel beter voor hun veiligheid, uiteraard, maar niet per se voor hun genetische uitwisselingsmogelijkheden.

 

Een dergelijk diepstekend raster zou een oorverdovende aanfluiting wezen van een stellingname in de Startnotitie rond de voordelen van de Natuurbrug: "Bovendien is het een herstel van de situatie van lang geleden waarbij de Noord-Hollandse duinen één aaneengesloten gebied vormden". Vermoedelijk is hier toch al sprake van een dergelijk diepgaand raster. [ terug naar boven ]


Natuurmonumenten gaat in beton

De Startnotitie Realisatie Natuurbrug is geschreven door Jacqueline Groen, secretaresse van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, en André Timmer, projectmedewerker namens Natuurmonumenten. De Natuurbrug met hoofdletter wordt de hemel ingeprezen, al is het praktisch gezien een log betonnen kunstwerk. Op 26 maart 2009 ontvingen wij van mevr. Groen een verslag van de enige bijeenkomst die ooit -op 5 maart 2009- werd gewijd aan de presentatie van de Natuurbrug.

 

Uit de mond van André Timmer zijn de volgende gedenkwaardige woorden op die 5 maart opgetekend: ''Dhr Timmer geeft aan dat het ecoduct niet strikt noodzakelijk is [...]''. Met andere woorden, het altijd krap bij kas zittende Natuurmonumenten is gaarne bereid mee te werken aan de bouw van een tien miljoen euro kostend landschapsverstorend bouwwerk dat ecologisch gezien niet eens 'strikt noodzakelijk' blijkt te zijn! Dit laatste vervelende commentaar kan maar beter niet worden overgenomen in het ledenorgaan Natuurbehoud van Vereniging Natuurmonument. De donateurs die elk jaar trouw hun goede geld overmaken naar de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland mogen toch wel op enige consideratie van hun idealistische natuurbehouder rekenen? [ terug naar boven ]

 


Wegen de voordelen voor tien soorten op tegen de vele nadelen

Natuurbruggen helpen altijd, sommigen zijn van grote betekenis. Een door autowegen versnipperde Veluwe is een breuk in het leefgebied van het karakteristieke hoefwild van Edelherten, Reeën, Moeflons en Wilde Zwijnen. Wie zal het 'natuurrecht' van het grootwild betwisten, om uit te zwermen over zijn natuurlijke domeingronden? De Natuurbrug over de Zandvoortselaan brengt daarentegen, alle voors en tegens tegen elkaar afgewogen, niets goeds voort.

 

De Stokmansberg zal worden aangesneden, ook indien het fietspad over het recroduct direct zou worden afgebogen naar de Zandvoortselaan. Picknickgevoelige fietsers blijven er hangen, anderen zien met verlangen op naar de top van het 28 meter hoge duin. Ze zouden bovenop wel een kijkje willen nemen. Zo gezegd zo gedaan, er is geen belemmering van een hekwerk: de ontsnippering mag natuurlijk niet door een raster teniet worden gedaan. Nog is de Stokmansberg en zijn omgeving een uitgesproken rustgebied waar de Ree zijn domicilie heeft gekozen. Zo pal aan de Zandvoortselaan is dat nog mogelijk dankzij een onneembaar raster, dat houdt het stille natuurgebied van de drukke weg gescheiden. Maar in de toekomst mogen we op de Stokmansberg een, -volgens de Startnotitie weliswaar niet besproken maar evenmin weerlegd- belangrijk recreatieobject verwachten. O ja, de Eekhoorn zien we nog maar op enkele plaatsen. Het alleraardigste diertje, dat zovelen harten met blijdschap vervult, heeft de nabijheid van de Stokmansberg, het Naaldenveld, als woonplaats verkozen. Het ziet er naar uit dat deze verstoringsgevoelige soort verder het veld zal ruimen als gevolg van de illegale grensoverschrijdende activiteiten van mountainbikesportievelingen. So what, Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland.

 

Zelfs als er nú geen fietspad over de brug wordt geprojecteerd dan zal, zo mogen we vrezen, de provincie de brug in de toekomst kunnen aanwenden om alsnog een fietspad erover heen te leggen. Dan zal dit stukje onvervangbaar duinlandschap tot ondergang zijn gedoemd. Vormt dit scenario geen geldige overweging nu geheel van het viaduct af te zien? Ook als men op dit moment plechtig zou beloven de Natuurbrug puur als Natuurbrug in te richten? [ terug naar boven ]


Zeeweg, de spoorlijn en Koningshof

In de Startnotitie staat een schets, een afbeelding van een recroduct over de Zeeweg. De Zeeweg wordt ten noorden en ten zuiden begrensd door brede stroken rustgebied waar de mens niet mag komen. De schets geeft wandelroutes over de brug aan. Ook hier staan dus rustgebieden op de nominatie om te verdwijnen. Werkelijk overal waar die weinig effectieve 'natuurbruggen' opduiken worden de duinen in hun stille ongerepte voortbestaan bedreigd.

Dezelfde verontrustende plannen bestaan er voor de spoorlijn Zandvoort-Overveen. De natuurbeheerders, waar de meeste Nederlanders van denken dat die altijd en overal de natuur beschermen, blijken eerste klas natuurvernielers.

 

Het westelijke raster van Koningshof, eigendom Natuurmonumenten, zal NM weghalen. Dat is vanuit het oogpunt van puur-ontsnipperen ook zo logisch. Damherten springen daar echter met gemak over het bestaande raster. De hondenuitlaters op de Blinkertweg zullen dus voortaan hun hond aangelijnd moeten laten, of er mogen helemaal geen honden komen. Anders gaan die straks achter de koeien, de schapen, de pony's, de Reeën aan. En weer gaat een rustgebied door de aanleg van de Zandvoortse Natuurbrug naar de knoppen. In de toekomst kan je immers vanuit de drukbezochte Blinkertweg zomaar het nu nog volslagen stille rustgebied van Koningshof betreden. Natuurmonumenten schiet hier zijn artikel 2b 'het beschermen van de stilte' aan flarden.

[ terug naar boven ]


 

Herintroductie is één van de vele vormen van beheer!

Het duin beheren is voor een deel passief: het 'niets-doen'-beheer. Dat levert puur-spontane natuur op. Zij het dat de negatieve cultuurinvloeden van een afstand op de natuur blijven inwerken en de natuur ook door menselijke bezoekers wordt beinvloed. Een ander deel van het beheer is mensenwerk, het actief beheren. Het laatste gebeurt op verschillende plaatsen en op talrijke wijzen in het Nederlandse duinlandschap. De herintroductie van soorten die dreigen uit te sterven aan de noordkant dan wel de zuidkant van de Zandvoortselaan zal noodzakelijk zijn voor een -overigens zeer- beperkt aantal soorten. Mogelijk is herintroductie te overwegen, óók indien er wél een natuurbrug arriveert. Populaties van soorten komen niet altijd in de nabijheid van de brug voor. Of individuen weten niet bijtijds de brug te bereiken en te passeren. In dat geval zou een (dreigend) uitsterven van een deelpopulatie elders wel worden opgeheven.

 

Herintroductie is een van de manieren waarop het menselijke beheer gestalte krijgt. Het is door ingrijpen dat verarming van de hedendaagse natuur een halt wordt toegeroepen. Voorbeelden genoeg om aan te halen. Het plaggen over grote oppervlakten om soortenarme vlakten met Duingras, die in snelle successie zijn ontstaan ten gevolge van de hoge stikstofneerslag, weer voedselarm en daardoor soortenrijker te maken. Het verwijderen van de dikke opeenhoping van strooisel in de 'verouderde' vegetatie (deels afgestorven berken, duindoorns) van een duinvallei, waardoor de jonge vochtige duinvallei van weleer terugkeren, met de rijke pioniersvegetatie van bijzondere planten- en insectensoorten. De jaarlijke maaibeurt, zeer goed voor de instandhouding van de voedselschrale wasplaat- en kruidenrijke graslanden; tevens een nabootsing van het verdwenen, ouderwetse boerenbeheer waarmee de cultuurhistorische component gediend is.

 

Het over zeer grote oppervlakten grootschalig uittrekken van de Prunus serotina, de Amerikaanse vogelkers, en het vervolgens intensief laten begrazen door koeien, en nog beter schapen, van de opkomende zaailingen. En dit gedurende enige jaren volhouden opdat de woekersoort in zijn geheel uit het kustlandschap vertrekke. Het dreggen van wateren zowel ter bevordering van de doorstroming als het in een ruk door herscheppen van speciale onderwatermilieus, zo gunstig uitvallend voor specifieke watersoorten. Het kappen van Esdoorn, zodat de eikebossen niet over de hele linie door het oprukken van deze overigens (oerinheemse) soort tot ondergang gedoemd zijn en het totaal aan bostypen kan blijven bestaan. Of de kunstmatige terugkeer naar een hogere grondwaterstand die meer overeenkomt met de oorspronkelijke, natuurlijke toestand.

 

Wat is, temidden van een veelvoud aan menselijk activiteiten, bedoeld om de natuur biodivers te houden, er op tegen een paar soorten een handje te helpen de Zandvoortselaan over te steken? Een vlindertje in een netje vangen en die overzetten, het kan waarachtig niet al te bezwaarlijk zijn. K. Piël. [ terug naar boven ]

 

 


Literatuur:

Grift, E.A., G.W.T.A. Groot Bruinderink & M. Goossen, 2005. Ontsnippering Zuid-Kennemerland. Nut en noodzaak van faunapassages bij de Zandvoortselaan, spoorlijn Haarlem-Zandvoort en Zeeweg. Alterra-rapport 1198, Wageningen.

 

Groen, Jacqueline & André Timmer, sept 2009. Startnotitie Realisatie Natuurbrug over de Zandvoortselaan. Uitgave Stuurgroep Natuurbrug Zandvoortselaan.

 

Groot Bruinderink, G.W.T.A., D.R. Lammertsma & H.H.T. Prins, 2007. Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten van beleid. Alterra-rapport 1553, Wageningen.

 

Hootmans, M.J.M. (eindredactie), 2002. Van Zeereep tot Binnenduin. Flora, fauna en beheer van de Amsterdamse Waterleidingduinen 1990-2000. Gemeentewaterleidingen Amsterdam.

 

 

Verslag van Informatie Bijeenkomst Natuurbrug Zandvoortselaan van 5 maart 2009.